De harde schijf (deel 3)
Een harde schijf bestaat een aantal heads (=koppen). Een kop is een klein spoeltje dat leest en schrijft van en naar de harde schijf door middel van elektromagnetisme. In een harde schijf zitten meerdere ronde schijven en die hebben elk twee koppen (een aan de bovenkant en een aan de onderkant). Een kop kan data zowel lezen als schrijven. De koppen zitten aan armen die door een stappenmotor snel en precies over de schijven verplaatst worden naar de plaats waar de informatie staat of moet staan. De koppen worden door de arm tegen de schijf gedrukt, maar raken deze niet als de harde schijf draait. En dat draaien gaat zeer snel! Afhankelijk van het type: tussen de 4500 en 10.033 omwentelingen per minuut. De meeste IDE schijven die op dit moment verkocht worden hebben een snelheid van 7200rpm. Door die hoge snelheid van de schijf zorgt een dun, klevend luchtlaagje er namelijk voor dat de koppen 0.5 micrometer boven het oppervlak zweven.
Harde schijven zijn geheel luchtdicht afgesloten en iets luchtledig gemaakt. Een stofdeeltje of zelfs een vingerafdruk tussen de kop en de schijf zouden voor grote beschadigingen van het oppervlak van de schijf zorgen! Als een harde schijf stil staat, zullen de koppen wel op het oppervlak gedrukt worden. Bij het upspinnen (op toeren komen) van de schijf zouden de koppen eerst een stuk over het oppervlak schuren als ze niet op een speciale plaats zouden staan. Die speciale plaats is er, en wordt de 'landingsplaats' genoemd. Dat gebied ligt zo dicht mogelijk bij de as, en heeft het hoogste nummer van de sporen. Het landingsgebied is namelijk het binnenste spoor.
Het aantal sporen geeft het nummer van het landingsgebied weer, omdat de sporen vanaf 'spoor 0' geteld worden. Als er 1024 sporen zouden zijn, dan heb je 'spoor 0' tot en met 'spoor 1023'. Dat zijn er namelijk 1024. 'Spoor 1024' is dan het landingsspoor. De koppen op het landingsspoor zetten, heet 'het parkeren van de harde schijf'. Dat parkeren gebeurt automatisch als de harde schijf stopt met draaien. Vroeger moesten de harde schijven geparkeerd worden met behulp van een programmaatje dat de koppen op het landingsspoor zette. Harde schijven kunnen zonder gevaar getransporteerd worden, alleen een werkende harde schijf is zeer kwetsbaar.